|
Tekst: Jeroen van der Ploeg, catalogus textiel biënnale Rijswijk 2011 Valerie van Leersum – Hersenspinsels Textiel heeft, net als de meeste materiaalsoorten, een huid. De structuur van een stof is tastbaar, ruw, rul, vezelig, maar soms ook uitgesproken glad. Met de ogen gesloten, lukt het de meeste personen wel om een kabeltrui of sok te herkennen. Wat nu als je die huidstructuur overbrengt op een ander materiaal? Wat doet dat met de zintuiglijke waarneming? Raken ogen en vingers de weg kwijt, raakt de geest ontheemd? Waar Valerie van Leersum speelt met stofuitdrukking, zo serieus zijn haar levensvragen over identiteit. Heemkunde Wat is thuis? De mens is in beweging; betreft het een trektocht of een vlucht? Ben je dezelfde persoon als je was op de plaats waar je vandaan komt? En waar wil je thuiskomen? De beelden en installaties van Valerie van Leersum (1973, …) zijn beladen met dit soort vragen. Haar beelden schuren in opvatting aan tegen installaties. Haar installaties neigen naar theatrale omgevingen. Niet zelden krijgt het publiek een actieve rol toebedeeld in de door scenograaf Van Leersum vormgegeven ‘podia’. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een weiland vol mobiele klerenkasten met openslaande deuren en ingericht om bezoekers te onthalen op verhalen met de bijgeleverde koptelefoons (Ankerland, 2006). Locatie was Terschelling tijdens het immer bruisende Oerol. De locatie is voor Valerie van Leersum vaak het vertrekpunt van een mentale reis. In één van haar jongste installaties was dat het imposante gebouw van zendstation Radio Kootwijk op de Veluwe. In De Zee ertussen (2010) hingen reusachtige (gehoor)schelpen met daarin de auditieve weerslag van gesprekken met landgenoten die hun geboortegrond in het voormalige Nederlands-Indië moesten verlaten na de Onafhankelijkheid. Radio Kootwijk was voor die tijd de verbindende factor tussen het moederland en het overzeese gebied waar men een heel andere band mee had. Radiogolven als virtueel draad. Met haar installatie verbond Van Leersum tijdelijk de doorgesneden navelstreng . Het (ont)wortelen is kernachtig verbeeld in twee boomstronken (Roots). De wortels aan de stronken zijn gemaakt van textiel en lijken, niet beschermd door schors of bast zoals de stronken zelf, aan de wandel te willen gaan. Nog wat huiverig voor de felle zon strekken de bleke betjes zich aan alle kanten uit, als de mol die boven de aarde komt en moet wennen aan daglicht. Om de loop wat vergemakkelijken, heeft de kunstenaar wielen onder de stronk gemonteerd. Is hier een voortbeweging nog enigszins voorstelbaar – hoe tegengesteld aan het wortelprincipe ook – haar vilten vogels hebben hun beste tijd gehad. Ruggelings wachten hun overschotjes van met klei gevulde paardendeken op een transitie naar desintegratie door de tijd. Het is een levensfase waarin een bleke stoffen gestalte, met armen en benen als de boomstronkwortels zich bij aan lijkt te sluiten. De geslachtsloze figuur(Meadow, 20..) met een aan de arm vergroeid boodschappentasje heeft zich er letterlijk bij neergelegd. Hier houdt het op voor nu. Reïncarnatie behoort wel tot de mogelijkheden, zo toont ook het tafelbeeld Ooit Immer Eens uit 2008. Onder het tafelblad betonnen wortels met textielmalhuid, er pal boven de handgemaakte voorwerpen van het hout dat uit de wortels ontsproot. Gefixeerd voor de eeuwigheid, zolang het duurt. Van haar beelden wekt O superman (20..) nog het meeste de verwachting dat er iets staat te gebeuren. Aan een hangertje een effen blauw colbertje met enorme aangezette mouwen, nee armen (vleugels?). Ernaast een koffertje met hetzelfde stipjespatroon als op die ledematen. Woont Superman hier, klaar om de wereld te redden, of gaat hij op reis, is zijn ‘rite de passage’ nabij? Whereever I lay my hat (that’s my home)… Valerie van Leersum spint, weeft en breit overdrachtelijk. Vele onzichtbare draden verbinden intenties, voorwerpen, locaties en beschouwers. Het is aan de laatsten om deze te ontwa(r)ren. |